ECLI:NL:GHAMS:2021:2879
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling vader-kinderen afhankelijk van geschikte woonruimte en vaststelling kinderalimentatie
Partijen zijn de ouders van drie minderjarige kinderen en oefenen gezamenlijk het gezag uit. De vader verzoekt in hoger beroep een aangepaste omgangsregeling waarbij de omgang afhankelijk wordt gesteld van zijn beschikking over geschikte woonruimte. Tot die tijd zou omgang beperkt zijn tot enkele uren op zondag en woensdag, en na verkrijging van een geschikte woning zou omgang drie dagen per week plaatsvinden.
De moeder betwist de belemmeringen van de vader en stelt dat hij zijn werkrooster en woonomstandigheden onvoldoende heeft aangetoond. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat de vader uitzicht heeft op een eengezinswoning, en beide ouders stemmen in met een zorgregeling van drie dagen per week zodra geschikte woonruimte beschikbaar is.
Het hof oordeelt dat de huidige woonsituatie van de vader onvoldoende is voor volledige omgang en legt daarom de feitelijke omgangsregeling vast die de ouders hanteren. De regeling tijdens vakanties en feestdagen wordt bekrachtigd. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op basis van overeenstemming tussen partijen, met een oplopend bedrag en indexering vanaf 2021.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de reguliere zorgregeling en kinderalimentatie betreft, en het hof stelt een aangepaste regeling vast die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling afhankelijk van geschikte woonruimte en stelt de kinderalimentatie vast met een aangepaste regeling voor vakanties en feestdagen.