ECLI:NL:GHAMS:2021:2857
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor diefstal bij overgooien van spullen door minderjarigen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in Amsterdam, waarbij verdachte werd beschuldigd van diefstal van een tas, sleutels en een telefoon van de aangeefster op 9 april 2019. De zaak draaide om een incident in het Gerbrandypark te Amsterdam, waar een groep jongens, waaronder verdachte, betrokken was bij het afpakken en overgooien van spullen van de aangeefster.
Uit de verklaringen van de aangeefster en een getuige bleek dat verdachte in ieder geval de telefoon heeft overgegooid. De aangeefster kreeg haar spullen kort daarna terug. Het hof oordeelde dat deze wegneming een zeer tijdelijke situatie betrof binnen het kader van minderjarigen die spullen afpakken en overgooien.
Gezien de omstandigheden en het feit dat de spullen snel werden teruggegeven, vond het hof samen met de raadsvrouw van verdachte dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde diefstal.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.