ECLI:NL:GHAMS:2021:2804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot betaling geldlening met contractuele rente na vaststellingsovereenkomst
In deze civiele zaak gaat het om een geschil over de terugbetaling van een geldlening en de toepasselijke rente. De appellant heeft meerdere bedragen uitgeleend aan de geïntimeerde, die slechts gedeeltelijk is terugbetaald. Na diverse vonnissen van de rechtbank is hoger beroep ingesteld.
Het hof oordeelt dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten op 30 augustus 2018, waarbij de geïntimeerde erkent €150.000 verschuldigd te zijn, inclusief rente tot 1 januari 2019, en dat vanaf die datum een rente van 5% per jaar geldt. Deze overeenkomst vervangt eerdere afspraken.
De primaire vordering van de appellant is ingetrokken, maar het hof wijst de subsidiaire vordering toe. De geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van €150.000 met de contractuele rente van 5% vanaf 1 januari 2019. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten toegewezen. De kosten van de procedure in eerste aanleg en in principaal appel worden aan de geïntimeerde opgelegd, terwijl de kosten in incidenteel appel worden gecompenseerd.
Het arrest is gewezen door drie rechters en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €150.000 met 5% rente vanaf 1 januari 2019, plus incasso- en beslagkosten.