ECLI:NL:GHAMS:2021:2781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet bewezen overtreding COVID-19 noodverordening in publieke ruimte
In hoger beroep is de verdachte vervolgd wegens het vermeend overtreden van de Noodverordening COVID-19 van 2 april 2020, specifiek het zich ophouden in een groep van drie of meer personen zonder 1,5 meter afstand te houden in de publieke ruimte te Amsterdam op 13 april 2020.
Het hof heeft geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich in strijd met deze noodverordening heeft gedragen. Cruciaal was de interpretatie van 'publieke ruimte' in de noodverordening. Het hof stelde vast dat het voertuig waarin de verdachte zich bevond, een geparkeerde auto, niet onder de publieke ruimte viel volgens de op dat moment geldende noodverordening.
De advocaat-generaal had een geldboete van 95 euro of subsidiair 1 dag hechtenis gevorderd, maar het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij. Dit arrest bevestigt dat de definitie van publieke ruimte in de noodverordening van 2 april 2020 niet de binnenkant van geparkeerde voertuigen omvatte, hetgeen pas in een latere noodverordening van 29 april 2020 werd aangepast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij de COVID-19 noodverordening heeft overtreden.