ECLI:NL:GHAMS:2021:2710
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging omgangsregeling en afwijzing uitbreiding vakantie- en feestdagenregeling in belang minderjarige
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de omgangsregeling en de verdeling van vakantie- en feestdagen met hun minderjarige kind, geboren in 2018. De moeder oefent het eenhoofdig gezag uit en het kind heeft haar hoofdverblijfplaats bij haar. De vader heeft omgangsrecht en verzoekt om een uitbreiding van de vakantie- en feestdagenregeling, waaronder de helft van alle schoolvakanties en feestdagen, en verblijf op verjaardagen.
De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader het kind eenmaal per veertien dagen in het weekend ziet, met beperkte vakantiedagen. Het hof overweegt dat de ouders sinds de scheiding in 2018 een gespannen relatie hebben en communicatieproblemen ervaren, ondanks een gestart traject bij Ouderschap Blijft dat door de vader werd gestaakt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert voortzetting van dit traject om de communicatie te verbeteren.
Het hof benadrukt het belang van het kind om voldoende tijd met beide ouders door te brengen, maar acht het vanwege de jonge leeftijd van het kind en de moeizame communicatie niet in het belang van het kind om de vakantie- en feestdagenregeling uit te breiden. Ook wijst het hof het verzoek van de vader af om het kind op verjaardagen en de helft van de feestdagen bij zich te hebben, vanwege de reisafstand en belasting voor het kind. Het verzoek tot een raadsonderzoek wordt eveneens afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling en wijst het verzoek tot uitbreiding van de vakantie- en feestdagenregeling af.