Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de na te noemen minderjarige [kind 1] (hierna: [kind 1] );
- de na te noemen minderjarige [kind 2] (hierna: [kind 2] ).
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele familierechtzaak zijn de ouders in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over gezamenlijk gezag en zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht vernietiging van het gezamenlijk gezag over het oudste kind en afwijzing van de zorgregeling, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelde om gezamenlijk gezag over het jongste kind te verkrijgen.
De feiten betreffen een verbroken relatie, erkenning van de kinderen door de vader, en een ondertoezichtstelling van de kinderen sinds 2019. De kinderen zijn sinds maart 2021 uithuisgeplaatst bij de vader. De communicatie tussen ouders is moeizaam en er is sprake van loyaliteitsconflicten en eerdere incidenten, waaronder politie-inzet en meldingen bij Veilig Thuis.
Het hof oordeelt dat gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is, ondanks de verstoorde communicatie. Er zijn positieve signalen, zoals de zorgverdeling tijdens lockdown en bereidheid tot hulpverlening. Het gezamenlijk gezag over het jongste kind wordt toegewezen nu de vader deze inmiddels heeft erkend. De zorgregeling wordt aangehouden en zal samen met de uithuisplaatsing verder worden behandeld op een zitting in september 2021.
De beslissing bekrachtigt het gezamenlijk gezag over het oudste kind, wijzigt het gezag over het jongste kind in gezamenlijk gezag, en houdt de zorgregeling aan voor nadere behandeling. De griffier wordt verzocht de uitspraak aan de rechtbank te zenden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag over het oudste kind en wijzigt het gezag over het jongste kind naar gezamenlijk gezag, terwijl de zorgregeling wordt aangehouden voor verdere behandeling.