De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep. In hoger beroep stelde de raadsman een vormverzuim aan de orde wegens het niet tijdig geven van de cautie, met bewijsuitsluiting tot gevolg. Het hof verwierp dit verweer omdat het onvoldoende gemotiveerd was en het nadeel voor de verdachte niet aannemelijk was gemaakt.
Het hof oordeelde dat de verdachte al bijna vier weken in een hotelkamer verbleef waar grote hoeveelheden hennep werden aangetroffen, waaronder zakken in een rolkoffer met zijn naamlabel. De verdachte kon geen redelijke verklaring geven die zijn wetenschap en beschikkingsmacht over de hennep ontzenuwde. Daarmee was wettig en overtuigend bewezen dat hij de hennep opzettelijk aanwezig had.
De straf werd vastgesteld op 10 weken gevangenisstraf, lager dan de in eerste aanleg opgelegde 3 maanden, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Daarnaast werd de personenauto, waarin verborgen ruimtes waren aangetroffen en die aan de verdachte toebehoorde, onttrokken aan het verkeer. Andere inbeslaggenomen goederen werden in bewaring gegeven ten behoeve van de rechthebbende.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 2 september 2021.