Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 november 2018, betreffende medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal uit een woning.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het betrekking had op de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, en deed in dat onderdeel opnieuw recht. De vordering van de benadeelde partij ter hoogte van €13.930,61 aan materiële schade werd toegewezen, waarbij de verdachte hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld samen met zijn mededaders.
De benadeelde partij werd voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor verdere claims. Tevens werd bepaald dat de verdachte bevrijd is van zijn schadevergoedingsplicht indien een mededader aan de verplichting heeft voldaan.
De wettelijke rente over de materiële schade vangt aan op 27 oktober 2017. De duur van gijzeling bij niet-betaling werd vastgesteld op maximaal 70 dagen, waarbij toepassing van gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. Het hof bevestigde het vonnis in alle overige onderdelen.