ECLI:NL:GHAMS:2021:262

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2021
Publicatiedatum
3 februari 2021
Zaaknummer
23-004055-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 SrArt. 266 SrArt. 267 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis en toewijzing schadevergoeding bij meerdere zaaksbeschadigingen en belediging ambtenaar

In deze zaak stond de verdachte terecht voor meermalen gepleegde zaaksbeschadiging door met een winkelwagentje op auto's in te rammen en voor eenvoudige belediging van een ambtenaar door in het gezicht te spugen. De politierechter had eerder een vonnis gewezen, waartegen hoger beroep werd ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis voor zover het betrekking had op de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel. Het hof wees de vordering tot schadevergoeding van €416,93 toe voor materiële schade en verklaarde de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk, met de mogelijkheid om het overige bij de burgerlijke rechter aan te brengen.

Verder legde het hof de verdachte een betalingsverplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer en bepaalde een maximale gijzelingstermijn van acht dagen. Het vonnis van de politierechter werd voor het overige bevestigd. Hiermee is de schadevergoeding en strafrechtelijke afdoening van de feiten definitief vastgesteld.

Uitkomst: Het hof wijst de schadevergoeding van €416,93 toe en bevestigt het vonnis van de politierechter voor het overige.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-144397-17
parketnummer hoger beroep : 23-004055-17

TEGENSPRAAK (Gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 27 januari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 november 2017 in de zaak tegen de verdachte:

naam:[verdachte]

voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en de schadevergoedingsmaatregel (ten aanzien van dit onderdeel van feit 1) en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 416,93 (vierhonderdzestien euro en drieënnegentig cent) ter zake van materiële schade.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 416,93 (vierhonderdzestien euro en drieënnegentig cent) als vergoeding voor materiële schade.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige.
Gewezen door mr. P.C. Kortenhorst, in bijzijn van mr. E.J. de Vries en mr. R.L. Vermeulen, griffiers.
mr. P.C. Kortenhorst