ECLI:NL:GHAMS:2021:2439
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot matiging en toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand
Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 Sv Pro voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen in raadkamer, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
Het verzoek betrof vergoeding van €2.745 voor rechtsbijstand in de strafzaak en €550 voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. Het hof stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend en dat gronden van billijkheid aanwezig waren voor vergoeding van beide kostenposten.
Vanwege het feit dat verzoeker drie gelijktijdige en grotendeels gelijkluidende verzoekschriften had ingediend, matigde het hof de vergoeding voor toelichting van de verzoekschriften en kende een derde toe van de forfaitaire vergoeding per verzoekschrift.
Het hof besloot een totaalbedrag van €3.115 toe te kennen en wees het overige af. De beschikking werd op 8 juni 2021 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €3.115 voor kosten rechtsbijstand toegekend met matiging voor gelijktijdige verzoekschriften.