ECLI:NL:GHAMS:2021:2365
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering vervangende toestemming vakantiereis moeder met dochter naar Turkije en bekrachtiging zorgregeling
Uit het huwelijk van partijen is in 2015 een minderjarige dochter geboren, gezamenlijk onder gezag van beide ouders. Partijen zijn in echtscheidingsprocedure verwikkeld en er is een zorgregeling vastgesteld waarbij de dochter elk weekend en de helft van de vakanties bij de vader verblijft. De moeder wilde met de dochter op vakantie naar Turkije, maar de vader trok zijn toestemming in vanwege zorgen over mogelijke ontvoering en het oranje reisadvies.
De voorzieningenrechter wees de vervangende toestemming af en veroordeelde de moeder tot nakoming van de zorgregeling. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat zij de zorgregeling niet nakomt vanwege bedreigingen van de vader. Het hof oordeelde dat de zorgregeling in het belang van de minderjarige is en dat de moeder deze moet naleven. De vakantie naar Turkije werd niet als noodzakelijk beoordeeld vanwege het coronabeleid en het reisadvies.
Het hof bepaalde dat de dochter de laatste drie weken van de zomervakantie bij de vader verblijft en legde een dwangsom op aan de moeder voor het niet nakomen van de zorg- en vakantieregeling, gemaximeerd op € 2.500. De proceskosten werden gecompenseerd. Hiermee werd het bestreden vonnis grotendeels bekrachtigd.
Uitkomst: De vervangende toestemming voor de vakantiereis naar Turkije is geweigerd en de zorgregeling met dwangsom is bekrachtigd.