ECLI:NL:GHAMS:2021:2343
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling door kredietnemer na beëindiging door kredietverstrekker
Freo, handelend onder de naam Freo, vorderde betaling van achterstallige termijnen en een vertragingsvergoeding van een kredietnemer die een doorlopend krediet had afgesloten. De kredietnemer was in gebreke gebleven met betalingen vanaf mei 2014 en had niet gereageerd op ingebrekestellingen. Freo had de kredietovereenkomst beëindigd en de totale schuld opgeëist.
De kantonrechter wees de vordering af omdat niet was vastgesteld of aan alle precontractuele en contractuele verplichtingen was voldaan en of de kredietwaardigheid voldoende was getoetst. In hoger beroep stelde Freo dat zij voldoende bewijs had geleverd dat zij aan haar informatie- en toetsingsverplichtingen had voldaan, waaronder het tijdig verstrekken van het ESIC-formulier en het toetsen van de kredietwaardigheid volgens de Wet op het financieel toezicht.
Het hof oordeelde dat Freo aan de wettelijke informatieplicht had voldaan door het ESIC-formulier tijdig te verstrekken en dat de kredietwaardigheid adequaat was getoetst. Tevens was voldaan aan de voorwaarden voor opeisbaarheid van de lening volgens de algemene voorwaarden, waaronder ingebrekestelling en wanbetaling. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van Freo toe, waarbij de kosten van het hoger beroep voor rekening van Freo blijven.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de kredietnemer tot betaling van €7.212,80 met vertragingsvergoeding en wijst de vordering van Freo toe.