ECLI:NL:GHAMS:2021:2283

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
6 augustus 2021
Zaaknummer
20/00516
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting door Gerechtshof Amsterdam

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam, welke het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende ging vervolgens in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.

Op 7 juli 2021 vond de mondelinge behandeling van het hoger beroep plaats. Belanghebbende was verhinderd om te verschijnen, terwijl de heffingsambtenaar namens de gemeente wel aanwezig was. Het Hof heeft de overwegingen van de rechtbank overgenomen en het hoger beroep ongegrond verklaard.

Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden gevonden om de naheffingsaanslag te vernietigen of te verminderen. Tevens heeft het Hof geen aanleiding gezien om de kosten van het geding aan een van de partijen op te leggen.

Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 20/00516
7 juli 2021
zevende enkelvoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen)
tegen
de uitspraak in de zaak met kenmerk AMS 19/5922 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 31 juli 2020 in het geding tussen
belanghebbende
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2021. Ter zitting is verschenen van de zijde van de heffingsambtenaar, [de heffingsambtenaar] . Belanghebbende is met bericht van verhindering niet verschenen.

Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Gronden

1. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. In geschil is of deze naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
2. De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende terecht ongegrond verklaard. Hetgeen de rechtbank daartoe heeft overwogen in rechtsoverwegingen 4 en verder acht het Hof juist. Het Hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne. Een afschrift van de uitspraak van de rechtbank wordt aan dit proces-verbaal gehecht.
3. De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is en dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd.

Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb in verbinding met artikel 8:108 van Pro die wet.
De mondelinge uitspraak is gedaan op 7 juli 2021 door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman, als griffier. De beslissing is op de datum van de mondelinge uitspraak in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.