ECLI:NL:GHAMS:2021:2104
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling en mentorschap ondanks bezwaren familie
Betrokkene, geboren in 1934 en lijdend aan Alzheimer, verblijft sinds begin 2020 op een gesloten afdeling van een zorginstelling. De kantonrechter stelde haar onder bewind en benoemde een mentor vanwege haar geestelijke toestand. Appellant, zoon van betrokkene, kwam in hoger beroep tegen de benoeming van de bewindvoerder en mentor, stellende dat de bewindvoerder partijdig is en dat hij zelf als mentor benoemd zou moeten worden.
Het hof overwoog dat de onderbewindstelling en het mentorschap noodzakelijk zijn gezien de cognitieve problematiek van betrokkene. De klachten over partijdigheid van de bewindvoerder werden niet gevolgd omdat het plan van aanpak van de bewindvoerder geen aanwijzingen bevatte voor wanbeheer en de communicatieproblemen voortkwamen uit verstoorde familieverhoudingen. De bewindvoerder voert haar taken professioneel uit en er is geen sprake van belangenverstrengeling.
Ten aanzien van het mentorschap oordeelde het hof dat, ondanks de door appellant gestelde voorkeur van betrokkene, de familiaire verhoudingen zodanig zijn dat een onafhankelijke derde als mentor moet worden benoemd. De huidige mentor vervult haar taken naar behoren, bezoekt betrokkene regelmatig en onderhoudt goed contact met de zorggroep. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen en wees het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en het mentorschap en wijst het hoger beroep van appellant af.