ECLI:NL:GHAMS:2021:1990
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige wegens ongeschiktheid moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind [kind A] heeft ontnomen en de gecertificeerde instelling tot voogd heeft benoemd. De moeder voerde aan dat zij wel degelijk in staat is voor het kind te zorgen en verzocht subsidiair om een deskundigenonderzoek.
Het hof overwoog dat de moeder een belaste voorgeschiedenis heeft, waaronder een lichte verstandelijke beperking en persoonlijke problematiek, en dat het kind sinds 2019 onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft. Het kind heeft een veilige hechtingsrelatie met de pleegouders opgebouwd. De moeder heeft onvoldoende gebruik gemaakt van geboden hulp en woont nog steeds bij haar ouders, wat geen veilige opvoedomgeving is.
Het hof oordeelde dat de aanvaardbare termijn voor terugplaatsing is verstreken en dat het belang van het kind vraagt om duidelijkheid over haar opvoedingsperspectief, dat ligt bij het pleeggezin. Een deskundigenonderzoek kan geen bijdrage meer leveren en het belang van het kind verzet zich daartegen. Het contact tussen moeder en kind blijft gewaarborgd. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over [kind A] en wijst het hoger beroep af.