ECLI:NL:GHAMS:2021:1975
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen wijziging hoofdverblijfplaats kinderen afgewezen
In deze zaak is het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van zijn twee minderjarige kinderen bij hem vast te stellen, afgewezen door het Gerechtshof Amsterdam. De kinderen verblijven sinds hun geboorte bij de moeder en de rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij haar vastgesteld. De vader maakte bezwaar vanwege zorgen over de thuissituatie bij de moeder, waaronder vermoedens van een alcoholprobleem en schoolverzuim van het oudste kind.
Het hof overwoog dat ondanks de zorgen sinds de ondertoezichtstelling van de kinderen en de inzet van hulpverlening, met name door de William Schrikker Stichting en Odion, er verbeteringen zijn opgetreden. De moeder is meer beschikbaar voor de kinderen en het schoolverzuim is afgenomen. De spanningen bij het oudste kind worden vooral veroorzaakt door de moeizame communicatie tussen de ouders.
De raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling gaven aan dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats geen oplossing biedt voor de bestaande zorgen en dat stabiliteit en rust voor de kinderen het meest geboden zijn. Het hof vond dat het belang van de kinderen het best gediend is met behoud van de hoofdverblijfplaats bij de moeder en wees ook het subsidiaire verzoek tot splitsing van de hoofdverblijfplaats af.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de vader in hoger beroep werd afgewezen. Het hof zag geen reden om de zaak aan te houden omdat de ondertoezichtstelling en hulpverlening voldoende zicht en ondersteuning bieden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder.