ECLI:NL:GHAMS:2021:1926
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2010. Tijdens de terechtzitting op 29 januari 2021 heeft het hof vastgesteld dat verdachte of zijn gemachtigde geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven.
Verder bleek uit het dossier en de zitting geen rechtens te respecteren belang dat gediend zou zijn met een inhoudelijk onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering oordeelde het hof dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij slechts één rechter het arrest mede heeft ondertekend. De uitspraak werd gedaan op de openbare terechtzitting van 29 januari 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.