ECLI:NL:GHAMS:2021:1682
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis en proceskostenveroordeling inzake medewerking verkoop woning na echtscheiding
Partijen zijn voormalige echtelieden waarvan het huwelijk in 2017 is ontbonden. Zij zijn overeengekomen dat de vrouw de voormalige echtelijke woning zal overnemen, of anders zal worden verkocht.
De voorzieningenrechter heeft de vrouw reeds veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van de woning, waaronder het ondertekenen van een verkoopopdracht aan een makelaar. De vrouw verzette zich tegen de uitvoering van dit vonnis en startte hoger beroep tegen een mondelinge uitspraak die haar tot medewerking veroordeelde en een dwangsom oplegde.
Het hof oordeelt dat het spoedeisend belang van de man voldoende is, dat de dwangsom terecht is opgelegd, en dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de makelaar heeft toegelaten of dat er een afspraak was haar medewerking uit te stellen. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de verkoop moet doorgaan, mede gezien de schuldenlast en eerdere afspraken.
De vrouw wordt in hoger beroep veroordeeld in de proceskosten, aangezien zij blijft weigeren medewerking te verlenen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de vrouw tot medewerking aan de verkoop van de woning en in de proceskosten.