ECLI:NL:GHAMS:2021:1659
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie na echtscheiding met correctie behoeftelijst en draagkracht
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland inzake partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk in 2020. De vrouw had een uitkering tot levensonderhoud van €3.832 per maand toegewezen gekregen. De man betwistte zowel de behoefte van de vrouw als zijn draagkracht.
Het hof nam de behoeftelijst van de vrouw als uitgangspunt, corrigeerde enkele posten zoals afschrijving auto en vakantiekosten, en bepaalde de netto behoefte van de vrouw op circa €3.995 per maand. De vrouw werkt fulltime en heeft een bruto aanvullende behoefte van €1.157 per maand.
De man stelde dat hij geen draagkracht had vanwege werkloosheid en beperkte inkomsten. Het hof oordeelde echter dat de man onvoldoende bewijs leverde voor zijn gebrek aan draagkracht, mede gelet op de jaarstukken van zijn BV en het ontbreken van een overtuigende verklaring voor vermogensstijgingen.
Daarom stelde het hof de draagkracht van de man vast op het niveau om de aanvullende behoefte van €1.157 per maand te voldoen. De eerdere beschikking werd vernietigd en de alimentatie werd dienovereenkomstig vastgesteld met ingang van 12 oktober 2020.
Uitkomst: De partneralimentatie van de vrouw wordt vastgesteld op €1.157 per maand vanaf 12 oktober 2020.