ECLI:NL:GHAMS:2021:1658
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag over minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter [kind 1] heeft beëindigd en de gecertificeerde instelling als voogd heeft benoemd.
De feiten tonen aan dat [kind 1] sinds haar twaalfde jaar niet meer bij de moeder woont vanwege een belaste voorgeschiedenis en ernstige ontwikkelingsbedreiging. Ondanks hulpverlening en ondertoezichtstelling heeft de moeder onvoldoende veiligheid en opvoedingscapaciteit geboden, en weigert zij ondersteuning. [kind 1] verblijft momenteel in een uitwijkhuis waar zij zich goed ontwikkelt.
De moeder betoogt dat zij wel degelijk in staat is tot verzorging en opvoeding en dat de aanvaardbare termijn nog niet is verstreken. De raad en de gecertificeerde instelling stellen dat beëindiging noodzakelijk is voor stabiliteit en duidelijkheid in het perspectief van [kind 1].
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor gezagsbeëindiging is voldaan en dat het belang van [kind 1] bij stabiliteit en duidelijkheid zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij gezagsbehoud. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking bekrachtigd.
De beëindiging van het gezag sluit een goede moeder-kindrelatie niet uit; de moeder kan zonder gezag een betekenisvolle rol blijven vervullen met ondersteuning van de gecertificeerde instelling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over [kind 1].