ECLI:NL:GHAMS:2021:1491
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatieovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden toegewezen
Partijen zijn in 2012 een kinderalimentatieovereenkomst overeengekomen waarbij de man een maandelijkse bijdrage betaalde tot het achttiende levensjaar van het kind. De vrouw stelde dat een niet-wijzigingsbeding was overeengekomen, terwijl de man dit betwistte. Het hof oordeelde dat de overeenkomst geen niet-wijzigingsbeding bevatte en dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat partijen dit hadden beoogd.
De man had een gewijzigde zorgregeling sinds zijn terugkeer naar Nederland, waarbij hij een groter aandeel in de zorg voor het kind kreeg. Dit vormde een gewijzigde omstandigheid die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigde. De vrouw betwistte de wijziging van omstandigheden, maar het hof ging uit van de situatie per november 2012 en achtte de gewijzigde zorgregeling relevant.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op het geïndexeerde bedrag van circa € 831 tot € 851 per maand, en de draagkracht van de man stond niet ter discussie. Het hof volgde de Trema-normen voor de zorgkorting en vond geen reden hiervan af te wijken. De vrouw had onvoldoende gesteld om een hogere behoefte aan te nemen. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie toe en bekrachtigt de eerdere beschikking.