ECLI:NL:GHAMS:2021:1420
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling wegens geestelijke toestand en verkwisting
De zaak betreft het hoger beroep van de rechthebbende tegen de beschikking van de kantonrechter die zijn goederen onder bewind stelde vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand. De rechthebbende, die kampt met psychische problemen en onder behandeling staat van GGZ NHN, verzocht om opheffing van het bewind.
Het hof overwoog dat de rechthebbende niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, mede gelet op zijn uitgavenpatroon dat de beschikbare middelen overstijgt en het risico op schulden. Ondanks het ontbreken van persoonlijk gehoor is het hof van oordeel dat het recht op hoor en wederhoor niet is geschonden omdat de rechthebbende werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.
De onderbewindstelling blijft noodzakelijk en voortzetting is zinvol. Het hof wijst het verzoek tot opheffing af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter. Een deskundigenonderzoek wordt niet gelast. De bewindvoerder is in staat het bewind adequaat uit te voeren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en wijst het verzoek tot opheffing af.