ECLI:NL:GHAMS:2021:1354
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 30 april 2021 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een vrijspraak van de kantonrechter. De kantonrechter sprak verdachte vrij van een overtreding van artikel 443 Sr Pro. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in op 1 december 2020 en diende een schriftuur in op 22 december 2020.
Het hof constateerde dat de schriftuur niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep was ingediend, maar met zeven dagen was overschreden. De advocaat-generaal gaf aan dat er geen redenen waren voor deze overschrijding en dat het openbaar ministerie toch ontvankelijk zou moeten zijn vanwege het ontbreken van belang bij de verdediging en het feit dat het hoger beroep snel na de uitspraak was ingesteld.
Het hof oordeelde echter dat de schending van de wettelijke termijn zwaarder weegt dan het belang van de strafvordering, vooral gezien de eenvoudige aard van de zaak en de vrijspraak. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Mr. M. Senden kon het arrest mede ondertekenen vanwege afwezigheid.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van schriftuur.