Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
1.DEUTSCHE NEDERLAND N.V.,
DEUTSCHE BANK A.G.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Deutsche Bank tijdig de hoofdsom van een renteswap had aangepast. Het hof constateerde dat de bank pas op 14 oktober 2016, met terugwerkende kracht tot 3 oktober 2016, de hoofdsom had verlaagd, terwijl dit eerder had moeten gebeuren. Hierdoor was appellanten genoodzaakt op 5 oktober 2016 een incidentele vordering in te stellen.
Het hof corrigeerde een feitelijke misslag in het eerdere tussenarrest van 22 december 2020, waarin werd aangenomen dat de bank de aanpassing al op 3 oktober 2016 had doorgevoerd. Door deze correctie slaagde grief 7 en werd het vonnis van 14 maart 2018 vernietigd.
Het hof veroordeelde Deutsche Bank tot betaling van € 50.877,67 met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2016, alsmede tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 1.283,88. Tevens werden de kosten van het geding aan de zijde van appellanten toegewezen. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt Deutsche Bank tot betaling van € 50.877,67 met rente en incassokosten aan appellanten.