Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Artikel 1.2.
Gerechtshof Amsterdam
De man en vrouw zijn in 2006 gehuwd en in 2014 gescheiden met afspraken over partneralimentatie. De man, zelfstandig ondernemer, verzoekt wijziging van de alimentatie wegens een daling van zijn inkomen sinds 2018 door vertrek van personeel en gezondheidsproblemen. Het hof beoordeelt dat de man zijn inkomensverlies niet zelf heeft veroorzaakt en dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden.
De oorspronkelijke alimentatie was gebaseerd op een gemiddelde winst uit onderneming van €74.000. Na daling van de omzet en aanpassing van lasten wordt de draagkracht van de man voor de jaren 2019 en 2020 aanzienlijk lager vastgesteld. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat de man zijn verdiencapaciteit niet optimaal benut. De behoefte van de vrouw wordt herbevestigd, rekening houdend met haar beperkte verdiencapaciteit en vermogen.
Het hof wijzigt de alimentatiebedragen per verschillende perioden vanaf 2019 en bepaalt een terugbetaling van €3.250,- door de vrouw van teveel betaalde alimentatie. De verzoeken tot beëindiging of nihilstelling van de alimentatie worden afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt aangepast aan de gewijzigde draagkracht van de man en een deel van de teveel betaalde alimentatie wordt terugbetaald.