ECLI:NL:GHAMS:2021:1250
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en omgangsregeling met vaststelling huurrecht en zorg voor minderjarige
Partijen zijn in 1988 te Syrië gehuwd en hebben een minderjarige die in 2010 geboren is. Het huwelijk is op 18 september 2020 ontbonden. In eerste aanleg zijn partijen gezamenlijk tot voogd over de minderjarige benoemd. De vrouw vroeg de echtscheiding uit te spreken en het huurrecht van de woning toe te kennen aan haar.
De man kwam in hoger beroep met verzoeken tot toekenning van het huurrecht aan hem en een omgangsregeling met de minderjarige. De vrouw verzocht aanvankelijk om niet-ontvankelijkheid of afwijzing van de verzoeken en stelde in incidenteel beroep een eigen omgangsregeling voor.
Tijdens het hoger beroep bereikten partijen op 28 januari 2021 overeenstemming over de echtscheiding, de zorg voor de minderjarige, de omgangsregeling en het huurrecht. Het hof heeft deze afspraken overgenomen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarbij de vrouw het huurrecht krijgt, zij de zorg voor de minderjarige krijgt toegewezen en de man een omgangsrecht krijgt om de twee weken. Tevens mag de man maximaal negen maanden in de woning verblijven vanaf de ondertekening van de overeenkomst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding, kent het huurrecht toe aan de vrouw, wijst haar de zorg voor de minderjarige toe en stelt een omgangsregeling vast voor de man.