ECLI:NL:GHAMS:2021:1184
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij zwaar lichamelijk letsel door onvoorzichtigheid met brugplaten
Op 11 augustus 2019 heeft een ernstig ongeluk plaatsgevonden waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep door het afdrijven van een brug nadat verdachte de traanplaten van de brug omhoog had gezet. Verdachte werd ervan beschuldigd dat hij door grove onvoorzichtigheid dit letsel had veroorzaakt.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had kunnen voorzien dat het omhoog zetten van de traanplaten zou leiden tot het afdrijven van de brug en het daaropvolgende ongeluk.
Hoewel verdachte onvoorzichtig handelde, ontbrak het aan de vereiste strafrechtelijke schuld in de zin van verwijtbaarheid zoals bedoeld in artikel 308 Sr Pro. De advocaat-generaal en de raadsman pleitten eveneens voor vrijspraak.
Het hof concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om schuld aan het letsel te bewijzen en sprak verdachte vrij. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2021.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet kon worden bewezen dat hij het gevolg van zijn handelen redelijkerwijs had kunnen voorzien.