ECLI:NL:GHAMS:2020:992
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking na aanvang zitting
In deze strafzaak was het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. Tijdens de rolzitting op 17 oktober 2019 werd het hoger beroep behandeld. Op 16 maart 2020 heeft de raadsman van de verdachte per e-mail medegedeeld dat het hoger beroep wordt ingetrokken.
Het gerechtshof heeft geoordeeld dat, aangezien de zaak reeds was aangevangen, aan het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geen gevolg kon worden gegeven. Tevens was er geen rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 maart 2020.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van de zitting.