ECLI:NL:GHAMS:2020:97
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot gezagsbeëindiging en ondertoezichtstelling minderjarige
In deze civiele zaak behandelde het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen een beschikking van de rechtbank inzake de beëindiging van het gezag en ondertoezichtstelling van een minderjarige. De raad verzocht om het gezag van beide ouders te beëindigen vanwege een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en een ongezonde gezinssituatie.
De bijzondere curator bracht verslag uit over de situatie van de minderjarige en constateerde een hechte band met beide ouders, maar ook een zorgwekkende gezinssituatie met grensoverschrijdend gedrag van de vader en een gesloten systeem dat schadelijk zou zijn voor de ontwikkeling van het kind. De raad stelde dat de situatie ernstig was en dat de ouders onvoldoende meewerkten aan hulpverlening.
De ouders betwistten de ernst van de bedreiging en benadrukten de positieve ontwikkelingen, zoals de schoolprestaties en de stabiele zorgsituatie. Het hof overwoog dat hoewel er zorgen zijn over het gedrag van de vader en de communicatie binnen het gezin, de recente objectieve signalen onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die een gezagsbeëindiging of ondertoezichtstelling rechtvaardigt.
Daarom wees het hof de verzoeken van de raad af, bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en ontsloeg de bijzondere curator. De minderjarige blijft onder het gezag van haar ouders, waarbij de huidige situatie en positieve ontwikkelingen worden meegewogen.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken tot gezagsbeëindiging en ondertoezichtstelling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.