Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar vier kinderen, nadat haar gezag eerder was beëindigd. Het hof oordeelt dat zij ontvankelijk is omdat de gezagsbeëindiging ten tijde van het indienen van het hoger beroep nog niet onherroepelijk was.
De kinderen zijn sinds 2015 uit huis geplaatst vanwege ernstige problemen binnen het gezin, waaronder huiselijk geweld en traumatische ervaringen. De moeder en vader hebben beiden een persoonlijkheidsstoornis en zijn niet in staat gebleken samen te werken met hulpverleners, wat de behandeling van de kinderen belemmert.
Het hof stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing over de periode van 23 september 2019 tot 17 december 2019 noodzakelijk was in het belang van de kinderen, omdat geen verantwoord thuisplaatsingsalternatief aanwezig was. De bezwaren van de moeder worden niet gevolgd, mede vanwege het ontbreken van bewijs voor haar zorgen over de pleegzorg.
De gezagsbeëindiging van beide ouders en de benoeming van de gecertificeerde instelling tot voogd bieden duidelijkheid en rust voor de kinderen, die inmiddels goed gehecht zijn aan hun pleeggezinnen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing over de bestreden periode en verklaart de moeder ontvankelijk in hoger beroep.