ECLI:NL:GHAMS:2020:867

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
18 maart 2020
Zaaknummer
200.254.531/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van kennelijke fout in arrest over termijn en dwangsom

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 10 maart 2020 een arrest uitgesproken waarin een kennelijke fout werd gemaakt met betrekking tot de termijn voor veroordeling. In overweging 3.12 werd abusievelijk een termijn van vier weken genoemd, terwijl in het dictum onder 4.1 de correcte termijn van zes weken stond vermeld.

Naar aanleiding van een verzoek van de advocaat van Holland Lift c.s. om deze fout te herstellen, heeft het hof deze kennelijke verschrijving beoordeeld en geoordeeld dat deze eenvoudig kan worden hersteld. Het hof heeft daarom de termijn in overweging 3.12 aangepast van vier naar zes weken, conform het dictum.

Daarnaast bevestigde het hof dat de hoogte van de gevorderde dwangsom gemaximeerd blijft op €100.000. Het arrest is op 17 maart 2020 in het openbaar uitgesproken en de verbetering is op de minuut van het oorspronkelijke arrest gesteld.

Uitkomst: De termijn voor veroordeling in het arrest is hersteld van vier naar zes weken, met bevestiging van de maximale dwangsom van €100.000.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.254.531/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/228492 / HA ZA 15-441
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 maart 2020

1.Holland Lift International B.V.,

2.
SMP International B.V.,
beide gevestigd te Hoorn,
appellanten,
eiseressen in het incident,
advocaat: mr. M.H.S. Verhoeven te Rotterdam,
tegen
JAN©Accountants en Belastingadviseurs B.V.,
gevestigd te Purmerend,
geïntimeerde,
gedaagde in het incident,
advocaat: mr. J.F. Garvelink te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Holland Lift c.s. en JAN genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 10 maart 2020 een arrest uitgesproken. Bij rolbericht (formulier H16) van 11 maart 2020 heeft mr. D.B. Zieren, advocaat te Rotterdam, zich namens Holland Lift c.s. op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij rolbericht (formulier H16) van 11 maart 2020 heeft mr. Garvelink op dit verzoek gereageerd.

2.Beoordeling

2.1.
In het arrest heeft het hof onder 3.12 het volgende overwogen:
‘Slotsom is dat de primaire vordering voor toewijzing in aanmerking komt, behoudens voor zover deze betrekking heeft op de voorzieningen, lang- en kortlopende schulden. Het hof ziet aanleiding om de termijn voor veroordeling te stellen op vier weken na betekening van dit arrest. De hoogte van de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd op € 100.000.’
2.2.
De in die overweging vermelde termijn van vier weken berust op een kennelijke verschrijving; het hof verwijst naar het dictum onder 4.1 waarin de juiste termijn van zes weken is vermeld. Het gaat hier om een kennelijke verschrijving die zich leent voor eenvoudig herstel.
2.3.
Het hof zal deze kennelijke fout daarom verbeteren als in het dictum vermeld.

3.Beslissing

Het hof:
3.1.
verbetert het in deze zaak op 10 maart 2020 uitgesproken arrest aldus dat het woord ‘vier’ in de tweede volzin van overweging 3.12 wordt verbeterd door ‘zes’, zodat deze overweging 3.12 luidt als volgt:
‘Slotsom is dat de primaire vordering voor toewijzing in aanmerking komt, behoudens voor zover deze betrekking heeft op de voorzieningen, lang- en kortlopende schulden. Het hof ziet aanleiding om de termijn voor veroordeling te stellen op zes weken na betekening van dit arrest. De hoogte van de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd op € 100.000.’
3.2.
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. de Jongh, A.L.M. Keirse en M.E.M.G. Peletier en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.