ECLI:NL:GHAMS:2020:814
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder over minderjarige wegens ongeschiktheid verzorging en opvoeding
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het ouderlijk gezag over haar jongste kind, de minderjarige, beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) als voogd benoemde. De minderjarige verblijft sinds zijn geboorte in een pleeggezin en staat sinds kort onder gezag van de GI. De moeder was niet in staat om de dagelijkse verzorging en opvoeding adequaat te verzorgen, mede door aanhoudend huiselijk geweld, middelengebruik, financiële problemen en pedagogisch onverantwoord gedrag.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen de moeder niet, terwijl zij wel was opgeroepen. De GI en pleegmoeder gaven aan dat de minderjarige specifieke opvoedbehoeften heeft, waaronder vermoedelijke hersenbeschadiging, en dat het contact met de moeder sinds september 2019 is weggevallen. De moeder heeft de omgangsafspraken niet nagekomen en is moeilijk bereikbaar.
Het hof oordeelt dat de aanvaardbare termijn voor terugkeer naar de moeder is verstreken en dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en stabiliteit in het pleeggezin zwaarder weegt dan het belang van de moeder om gezagsbeslissingen te blijven beïnvloeden. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd, waarbij de moeder wel recht houdt op informatie en contact met de minderjarige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.