ECLI:NL:GHAMS:2020:809
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.T. Hoogland
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging huurrecht voormalig echtelijke woning en verdeling inboedel na echtscheiding
Partijen zijn in 2015 gehuwd en hebben twee jonge kinderen die bij de vrouw verblijven. Na ontbinding van het huwelijk in 2019 is het huurrecht van de woning aan de vrouw toegewezen, waarbij het hof het belang van de vrouw en kinderen zwaarder weegt dan dat van de man.
De man betoogde dat hij de huur heeft betaald en dakloos is geworden, terwijl de vrouw de huur niet betaalde. De vrouw stelde dat de man de huurachterstand veroorzaakte en dat zij met hulp van een stichting de woning bewoonbaar heeft gemaakt voor terugplaatsing van de kinderen.
Ten aanzien van de inboedel stelde de man dat hij deze voor en tijdens het huwelijk heeft aangeschaft en dat deze verdeeld moet worden. Het hof oordeelde dat het verzoek onvoldoende concreet was en dat het huis bij terugkomst van de vrouw leeg was, waardoor het verzoek werd afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt in alle punten bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de vrouw huurder blijft en wijst het verzoek van de man tot verdeling van de inboedel af.