ECLI:NL:GHAMS:2020:711
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onschuld in strafzaak na vernietiging beschikking raadkamer
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel is geëindigd.
De rechtbank had het verzoek afgewezen met de overweging dat appellante had geprofiteerd van de oplichtingshandelingen van haar partner en dat zij had moeten vermoeden dat de gelden uit misdrijf afkomstig waren. Het hof oordeelt echter dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie, omdat appellante niet is veroordeeld en de verdenkingen niet aan haar te wijten zijn.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en kent een vergoeding van €2.830 toe aan appellante uit de Rijkskas. De beschikking is op 17 januari 2020 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam uitgesproken.
Uitkomst: Het hof kent appellante een schadevergoeding van €2.830 toe wegens onschuld in de strafzaak.