In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsverbod opgelegd door de burgemeester van Amsterdam. Het gebiedsverbod betrof het overlastgebied DOG 2.0 (Centrum), waar de verdachte zich op 7 mei 2019 om 07:45 uur bevond terwijl hem was bevolen zich daar niet te bevinden gedurende 24 uur.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter omdat dit slechts een aantekening betrof en deed opnieuw recht. Het bewezen verklaarde is dat de verdachte het gebiedsverbod heeft overtreden, terwijl het overige ten laste gelegde niet is bewezen verklaard. Er zijn geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsluiten, waardoor de verdachte strafbaar is.
De politierechter legde een geldboete van €200 op, subsidiair 4 dagen hechtenis. Het hof heeft de straf aangepast en een voorwaardelijke geldboete van €200 opgelegd met een proeftijd van twee jaar, waarbij de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd een strafbaar feit pleegt.
Het hof benadrukt het belang van gebiedsverboden ter bescherming van de openbare orde en overlastbeperking. Door het negeren van het verbod toont de verdachte geen respect voor overheidsregels. De raadsman heeft gepleit voor een voorwaardelijke straf, hetgeen het hof passend achtte gezien de omstandigheden en de draagkracht van de verdachte.