Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
1.[curator 1] ,
[curator 2] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
€ 36.366,00
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten sloten in 2005 hypothecaire geldleningen af bij DSB Bank, die in 2009 failliet ging. Curatoren boden in 2011 een compensatieregeling aan wegens zorgplichtschendingen, die appellanten pas in 2014 zonder voorbehoud accepteerden. Na acceptatie werd de betalingsachterstand ingelopen en de woning onderhands verkocht.
Appellanten vorderden dat curatoren de executie van de woning moesten staken na acceptatie van het compensatievoorstel, stellende dat voortzetting onrechtmatig was. Curatoren vorderden betaling van de restschuld. De rechtbank wees de vorderingen van appellanten af en kende de vordering van curatoren toe.
Het hof oordeelde dat na acceptatie van het compensatievoorstel het verzuim was gezuiverd en curatoren niet langer bevoegd waren tot executie. Zij hadden de executie moeten staken. De zaak wordt verwezen voor nadere memorie over de schadevergoeding. De grieven tegen de restschuld en rente worden aangehouden voor nadere onderbouwing.
Uitkomst: Curatoren waren na acceptatie compensatievoorstel niet bevoegd tot executoriale verkoop en hadden de executie moeten staken; zaak verwezen voor nadere schadebehandeling.