ECLI:NL:GHAMS:2020:4115

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 juli 2020
Publicatiedatum
7 oktober 2022
Zaaknummer
23-004412-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wezenlijke bijdrage aan openlijke geweldpleging tegen personenauto

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging tegen een personenauto op 25 december 2017. De tenlastelegging omvatte vernieling van ramen, lek steken van banden, afbreken of verbuigen van strips en het afbreken van een spiegel van de auto.

Tijdens het hoger beroep heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Het hof overwoog dat voor openlijke geweldpleging opzet vereist is op het in vereniging plegen van geweld, waarbij de verdachte een wezenlijke of significante bijdrage moet hebben geleverd. Het enkele feit dat verdachte aanwezig was, is onvoldoende om dit te bewijzen.

Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend is vastgesteld dat verdachte een dergelijke bijdrage heeft geleverd. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2020.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij een wezenlijke bijdrage leverde aan openlijke geweldpleging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004412-18
datum uitspraak: 6 juli 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2018 in de strafzaak onder parketnummer
13-050958-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
22 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 25 december 2017 te Amsterdam met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Spaarndammerdijk, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (kenteken: [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer], welk geweld heeft bestaan uit
- het vernielen van de ramen,
- het lek steken van de banden,
- het afbreken, althans verbuigen van strips en/of
- het afbreken van een spiegel van voornoemde personenauto.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere beslissing dan de rechtbank.

Vrijspraak

De raadsvrouw heeft voor vrijspraak gepleit. Het hof overweegt als volgt.
In het geval van openlijke geweldpleging als bedoeld in artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht dient de betrokkene opzet op het in vereniging plegen van openlijk geweld te hebben. Het enkele deel uitmaken van een groep van twee of meer personen is niet voldoende, de betrokkene dient ook een voldoende wezenlijke of significante bijdrage te leveren aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. Hoewel uit de bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte aanwezig was ten tijde van de vernieling van de auto, kan daaruit niet worden afgeleid dat de rol van de verdachte voldoende is om te kunnen spreken van een significante of wezenlijke bijdrage.
Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van
mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 juli 2020.
mr. A.R.O. Mooy is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]