ECLI:NL:GHAMS:2020:4065
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor recidive diefstal ondanks verzoek voorwaardelijke straf
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 dagen wegens diefstal. Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 19 juni 2020 verricht en de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de raadsman afgewogen.
De raadsman verzocht het hof om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, stellende dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen strafrechtelijk doel meer dient omdat verdachte niet meer in Nederland verblijft, sprake is van onderliggende problematiek zoals verslaving en geen huisvesting, en verdachte reeds meer dan 10 dagen in vreemdelingendetentie heeft gezeten in het kader van een uitzettingsprocedure.
Het hof verwierp dit verweer en overwoog dat bestraffing meerdere doelen dient, waaronder speciale en generale preventie. Gezien de recidive van verdachte en het feit dat hij ten tijde van het plegen van het feit in meerdere proeftijden liep voor vermogensdelicten, acht het hof geen gronden aanwezig voor een voorwaardelijke straf. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de politierechter en handhaafde de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen.
Uitkomst: Bevestiging onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen wegens recidive diefstal.