ECLI:NL:GHAMS:2020:4038

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2020
Publicatiedatum
26 januari 2022
Zaaknummer
23-003379-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen taakstraf wegens overtreding APV Amsterdam

Op 16 februari 2019 heeft verdachte een overtreding begaan van artikel 2.52, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008. De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft op 11 september 2019 een vonnis gewezen waarin verdachte werd veroordeeld. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de eerder uitgevaardigde strafbeschikking ingetrokken. Vervolgens heeft het hof een nieuwe straf opgelegd: een taakstraf van 20 uur, die bij niet-naleving kan worden vervangen door 10 dagen hechtenis. Daarnaast is een voorwaardelijke hechtenis van 10 dagen opgelegd voor de duur van twee jaren, die wordt omgezet in daadwerkelijke hechtenis indien verdachte zich binnen de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Het hof bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, namelijk 16 uur, niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Tevens wordt de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf gelast. Het arrest is gewezen door rechter N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier M.E. de Waard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 20 uur met voorwaardelijke hechtenis van 10 dagen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 96-133195-19 en 96-098893-18 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-003379-19
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 november 2020 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 11 september 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde in artikel 2.52, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2.52 en 6.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.
gepleegd
op 16 februari 2019 te Amsterdam.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. onder CJIB nummer [nummer].
Ten aanzien van het bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
10 (tien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
5 (vijf) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 5 juli 2018, parketnummer 96-098893-18, te weten een
taakstrafvoor de duur van
16 (zestien) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
8 (acht) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van M.E. de Waard, griffier.
mr. N.A. Schimmel