ECLI:NL:GHAMS:2020:3923
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot diefstal in vereniging na bedrijfsinbraak in Zaandam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak over poging tot diefstal in vereniging in een bedrijfspand te Zaandam op 25 maart 2018. De verdachte werd primair beschuldigd van het gezamenlijk wegnemen van goederen uit het pand, subsidiair van poging daartoe met braak en inklimming.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van drie maanden wegens de waargenomen inbraakpoging, overeenkomende signalementen, aangetroffen zaklamp en schoensporen. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde diefstal of poging daartoe had gepleegd. De verdachte en medeverdachte waren weliswaar onder verdachte omstandigheden nabij het pand aangetroffen, maar aanvullende bewijsstukken ontbraken. Camerabeelden konden niet met zekerheid de aanwezigheid van de verdachten vaststellen en schoensporen waren onvoldoende gekoppeld.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat de verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot diefstal in vereniging wegens onvoldoende bewijs.