Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Tenlastelegging
zij, op of omstreeks 18 december 2017 te Amsterdam, [benadeelde] heeft mishandeld door deze te krabben in zijn nek, althans op het lichaam.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte was vrijgesproken van mishandeling. De verdachte had onbeperkt hoger beroep ingesteld, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen de eerdere vrijspraak.
Ten aanzien van de tenlastelegging dat verdachte op of omstreeks 18 december 2017 te Amsterdam de benadeelde had mishandeld door te krabben, oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte opzet had om pijn of letsel toe te brengen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van deze mishandeling.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend, die in eerste aanleg deels was toegewezen. Nu verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van opzet.