ECLI:NL:GHAMS:2020:3629
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep klacht tegen toegevoegd gerechtsdeurwaarder wegens onrechtmatig beslag en gebrekkige specificatie
Deze zaak betreft een hoger beroep van een toegevoegd gerechtsdeurwaarder tegen een berisping opgelegd door de kamer voor gerechtsdeurwaarders wegens klachten over een onrechtmatig gelegd derdenbeslag en gebrekkige specificatie van de hoofdsom in het exploot.
De feiten betreffen een executoriaal derdenbeslag dat op 26 februari 2018 werd gelegd onder een bank, zonder voorafgaande betekening aan klager. Het beslag werd de volgende dag opgeheven en later alsnog betekend met een exploot dat een hoofdsom, explootkosten en executiekosten vermeldde. Klager diende meerdere klachten in over de handelswijze van de gerechtsdeurwaarder, waaronder het ontbreken van een specificatie van de hoofdsom en het niet tijdig overbetekenen van beslag.
De kamer verklaarde enkele klachten gegrond en legde een berisping op met kostenveroordeling. In hoger beroep stelde de gerechtsdeurwaarder dat hij niet verantwoordelijk was voor het beslag van 26 februari 2018 omdat dit door een ander kantoor was gelegd. Het hof oordeelde dat de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor die handeling niet bij de toegevoegd gerechtsdeurwaarder ligt en dat de klacht tegen hem in alle onderdelen ongegrond is. De eerdere beslissing werd vernietigd.
Uitkomst: Klacht tegen toegevoegd gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en eerdere berisping en kostenveroordeling vernietigd.