ECLI:NL:GHAMS:2020:3628
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht tegen gerechtsdeurwaarder wegens onrechtmatig bankbeslag en procedurele fouten
In deze zaak is een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder vanwege het leggen van bankbeslag zonder voorafgaande betekening van de executoriale titel en andere procedurele tekortkomingen. De gerechtsdeurwaarder had de opdracht tot tenuitvoerlegging van een alimentatiebeschikking gekregen, maar op 26 februari 2018 werd beslag gelegd zonder dat de titel aan klager was betekend. Dit beslag werd de volgende dag opgeheven en de titel alsnog betekend.
Klager stelde meerdere klachten, waaronder onrechtmatig beslag, gebrek aan specificatie van de hoofdsom in het exploot, onjuiste communicatie en te late overbetekening van bankbeslagen. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde enkele klachten gegrond en legde een berisping op, maar het hof vernietigde deze beslissing en beperkte de gegrondverklaring tot het onrechtmatig beslag zonder betekening.
Het hof oordeelde dat de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het onrechtmatig beslag bij de gerechtsdeurwaarder ligt, ook al was het beslag door een collega-gerechtsdeurwaarder gelegd. Andere klachten, zoals onheuse bejegening en te late overbetekening, werden ongegrond verklaard. De maatregel werd verzacht tot een waarschuwing, en de kostenveroordeling werd aangepast vanwege het succes van het hoger beroep.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder krijgt een waarschuwing voor onrechtmatig bankbeslag zonder voorafgaande betekening van de titel, overige klachten worden ongegrond verklaard.