ECLI:NL:GHAMS:2020:3624
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens huiselijk geweld en disfunctionele ouderrelatie
Het geschil betreft de beëindiging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk van de ouders. De moeder verzoekt het gezag aan haar toe te kennen, terwijl de vader dit betwist. De kinderen verblijven bij de moeder en zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling vanwege de problematische thuissituatie.
De vader is veroordeeld voor mishandeling van de moeder en er is sprake van een geschiedenis van huiselijk geweld en een disfunctionele ouderrelatie. De moeder lijdt aan PTSS en ervaart angst voor de vader, die onvoldoende meewerkt aan hulpverlening en afspraken niet nakomt. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren het gezamenlijk gezag te beëindigen.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden gehandhaafd als ouders in staat zijn tot constructieve communicatie en gezamenlijke besluitvorming. Gezien de ernst van de situatie, het ontbreken van communicatie en het risico dat de kinderen klem komen te zitten, acht het hof het in het belang van de kinderen noodzakelijk het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder.