ECLI:NL:GHAMS:2020:3616
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tijdelijke kinderbijdrage en zorgkorting bij verhuizing en hoofdverblijfplaats
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Amsterdam op 22 december 2020 uitspraak gedaan over een hoger beroep inzake de tijdelijke kinderbijdrage na verhuizing van de kinderen en vaststelling van hun hoofdverblijfplaats.
Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank waarin de vrouw vervangende toestemming kreeg om met de kinderen naar een andere plaats te verhuizen en de hoofdverblijfplaats bij haar werd vastgesteld. De man had verzocht om een hogere kinderbijdrage indien dit verzoek werd toegewezen, maar dit werd niet aanvaard omdat zijn verzoek niet slaagde.
De vrouw verzocht om een verhoging van de kinderbijdrage boven het door de rechtbank vastgestelde bedrag van €153 per kind per maand. Het hof oordeelde dat de behoefte van de kinderen inclusief opvangkosten op €1.970 per maand was vastgesteld, maar dat de hogere opvangkosten door de verhuizing voor rekening van de vrouw kwamen. De draagkracht van beide ouders werd berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen, wat leidde tot een draagkrachtverdeling waarbij de man een bijdrage van €629 per maand zou moeten leveren.
Vanwege de zorgregeling waarbij de kinderen regelmatig bij de man verblijven, werd een zorgkorting van 35% toegepast, waardoor de bijdrage van de man na zorgkorting op €130 per maand uitkwam. Het hof bevestigde echter de lagere kinderbijdrage van €153 per kind per maand zoals door de rechtbank vastgesteld, omdat het resultaat van hoger beroep voor de appellant niet slechter mag zijn dan in eerste aanleg. De zaak werd verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling van de definitieve kinderbijdrage.
Uitkomst: De tijdelijke kinderbijdrage van €153 per kind per maand wordt bekrachtigd met toepassing van een zorgkorting van 35%.