Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
(…) Zowel moeder als de kinderen geven aan de raadsonderzoekers aan dat vader een belangrijke rol heeft in het huiselijk geweld in het verleden. (…) Vader ontkent dat er huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. (…) Uit de politiemutaties blijkt dat er (het hof leest: een) langere geschiedenis is met betrekking tot het gezin (…). In 2009 is de vader veroordeeld als dader van huiselijk geweld richting moeder. Uit de periode september 2019 tot heden zijn er diverse mutaties waarin wordt gesproken over de psychische gesteldheid van moeder die te maken heeft met verward gedrag en psychoses. Ook zijn er meerdere mutaties bij de politie m.b.t. huiselijk geweld.(…) Moeder geeft aan dat zij de kinderen erkent in wat zij hebben meegemaakt aangaande het huiselijk geweld en dat zij nog steeds openstaat voor een training voor de kinderen om het huiselijk geweld te verwerken maar tegelijkertijd geeft zij aan dat de kinderen het verleden een plek hebben gegeven. (…).De raad concludeert in zijn rapport tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen.
De kinderen hebben aangegeven dat ze zich niet veilig voelen bij vader. Om de verwerking van de nare gebeurtenissen te doen slagen is het creëren van veiligheid de eerste prioriteit (…). Vader zorgt voor onveiligheid, zolang hij contact blijft hebben met de kinderen en alle hulp afwijst, zal geen enkele interventie tot resultaat leiden. Daarom wordt geadviseerd het contact on hold te zetten, zodat de kinderen veiligheid, rust en stabiliteit kunnen ervaren om vervolgens hulp te kunnen krijgen. Als dat is gebeurd en vader werkt mee met de geadviseerde hulpverlening kan gekeken worden naar een eventuele opbouw van (begeleide) omgang.
Op dit moment ervaren de kinderen geen veiligheid. Het is belangrijk dat de kinderen zich veilig gaan voelen. Ze hebben een vader nodig die veilig, betrouwbaar, sensitief en responsief is en kan (het hof leest:) mentaliseren. FF heeft vader hulp aangeboden, maar vader weigert hieraan mee te werken. Tevens erkent vader niet dat de kinderen bang zijn vanwege de nare dingen die ze hebben meegemaakt. Zolang de kinderen vader nog zien (begeleid of niet) blijven de kinderen die onveiligheid ervaren en verkeren ze in de overlevingsstand. Eén en ander wijst op trauma gerelateerde klachten. Hiervoor is nodig dat de kinderen psychologische hulp krijgen, om de nare herinneringen te verwerken. Altra wil graag uitzoeken welke behandeling de kinderen nodig hebben.