Uitspraak
mr. J.E. Stam, kantoorhoudende te Naarden,
mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,
mrs. J.P.P. Latouren
D.A.Q. Willemse, kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer behandelt een verzoek tot aanwijzing van een onderzoeker in een enquêteprocedure betreffende de besloten vennootschap [B]. Eerder was een onderzoek bevolen vanwege ernstig verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders en bestuurders, die de continuïteit van de onderneming bedreigden. Inmiddels is de onderneming verkocht aan vennootschappen van een van de aandeelhouders, waardoor de situatie wezenlijk is veranderd.
De verkoop heeft de continuïteit veiliggesteld, maar er blijven geschillen bestaan over de financiële verhoudingen tussen [B] en de vennootschappen van de broers die aandeelhouder zijn. Het onderzoek wordt daarom beperkt tot het vaststellen van de vermogenspositie van [B] en het onderzoeken van de oorzaak van de verstoorde verstandhouding en eventuele misstanden in de bedrijfsvoering voorafgaand aan de eerdere beschikking.
De Ondernemingskamer wijst mr. R.J.W. Analbers aan als onderzoeker en stelt dat deze binnen zes weken een plan van aanpak en begroting moet opstellen. Op basis daarvan wordt het maximale kostenbedrag van het onderzoek opnieuw vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 6 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst een onderzoeker aan om de vermogenspositie van de vennootschap te onderzoeken en de resterende geschillen tussen aandeelhouders te beslechten.