ECLI:NL:GHAMS:2020:2985

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2020
Publicatiedatum
6 november 2020
Zaaknummer
200.257.587/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering van kennelijke fout in arrest over statutaire naam eiseres in incident

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 13 oktober 2020 een arrest gewezen waarin een kennelijke fout in een eerder arrest van 29 september 2020 werd verbeterd.

De fout betrof de onjuiste aanduiding van de statutaire naam van eiseres in het incident. Namens eiser in de hoofdzaak/verweerder in het incident werd een verzoek tot verbetering ingediend, dat door de wederpartij werd ondersteund.

De Ondernemingskamer oordeelde dat deze onjuiste naamstelling een kennelijke fout was in de zin van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die voor verbetering in aanmerking kwam. De verbetering werd formeel vastgelegd in het arrest en opgenomen in de minuut van het eerdere arrest.

De beslissing houdt in dat de correcte statutaire naam van eiseres in het incident op het voorblad en in het dictum van het arrest wordt vermeld, met daarbij de kostenveroordeling en wettelijke rente zoals eerder vastgesteld.

Uitkomst: De Ondernemingskamer verbeterde de kennelijke fout in het arrest door de correcte statutaire naam van eiseres in het incident te vermelden.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.257.587/01 OK
arrest van de Ondernemingskamer van 13 oktober 2020
inzake
[A],
wonende te [....] ,
EISER IN DE HOOFDZAAK,
VERWEERDER IN HET INCIDENT,
advocaat:
mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
GEDAAGDE IN DE HOOFDZAAK,
advocaat: voorheen mr. J.M. Pol, kantoorhoudende te Assen, thans
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [....] ,
EISERES IN HET INCIDENT,
advocaat: voorheen mr. J.M. Pol, kantoorhoudende te Assen, thans
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar.

1.Het verloop van het geding

1.1
Eiser in de hoofdzaak/verweerder in het incident zal hierna [A] worden genoemd, gedaagde in de hoofdzaak zal hierna PPB worden genoemd en eiseres in het incident zal hierna NPB worden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding in deze zaak verwijst de Ondernemingskamer naar haar arrest van 29 september 2020.
1.3
Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 5 oktober 2020 heeft mr. Schepel geschreven dat hem is gebleken dat eiseres in het incident onjuist is aangeduid in het arrest van 29 september 2020. Haar statutaire naam is niet “
[D]”, maar “
[C]”. Hij heeft namens [A] de Ondernemingskamer verzocht om verbetering van het arrest waarbij de juiste statutaire naam wordt vermeld van de eiseres in het incident.
1.4
Mr. Dietz de Loos heeft bij e-mail van 9 oktober 2020 te kennen gegeven het verzoek om verbetering te ondersteunen.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat “
[D]” als eiseres in het incident is vermeld op het voorblad en in het dictum van het arrest van 29 september 2020 en dat de correcte naam van deze partij blijkens de door mr. Schepel in zijn e-mail genoemde stukken “
[C]” is en derhalve behoort te worden verbeterd. Het voorgaande is aan te merken als een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 lid 1 Rv Pro die zich leent voor verbetering zoals eveneens in dat artikel bedoeld. De Ondernemingskamer zal die fout verbeteren en wel als volgt.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verbetert het in onderhavige zaak op 29 september 2020 gewezen arrest aldus dat de aanduiding van eiseres in het incident op het voorblad als volgt komt te luiden:
“de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [....] ,
EISERES IN HET INCIDENT,
advocaat: voorheen mr. J.M. Pol, kantoorhoudende te Assen, thans
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, kantoorhoudende te Wassenaar.”
en dat de aanduiding van eiseres in het incident in het dictum als volgt komt te luiden:
“veroordeelt [C] , gevestigd te [....] , in de kosten van het geding, aan de zijde van [A] , wonende te [....] , begroot op € 692 voor salaris en op € 157 voor nasalaris, te vermeerderen met € 82 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;”
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 13 oktober 2020 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 29 september 2020.
Dit arrest is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020.