Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AIRHELP LIMITED,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
assignment forms).
Gerechtshof Amsterdam
Airhelp is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin haar vordering tot vergoeding wegens vluchtvertraging door KLM was afgewezen. De passagiers hadden een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Chicago via Amsterdam naar Barcelona op 20 juli 2017. De eerste vlucht (KL 612) was vertraagd en de tweede vlucht (KL 1665) geannuleerd.
In eerste aanleg werd de vordering afgewezen omdat Airhelp onvoldoende feiten had gesteld en onderbouwd. In hoger beroep heeft KLM de vertraging van de eerste vlucht en annulering van de tweede vlucht niet langer bestreden, waardoor het hof het vonnis vernietigde en Airhelp alsnog toewijzing van de vergoeding toekende.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. KLM werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, terwijl de kosten van eerste aanleg voor Airhelp blijven vanwege onvoldoende feitelijke onderbouwing in eerste aanleg.
Het hof benadrukte dat Airhelp als eiseres voldoende feiten moet stellen en onderbouwen, ook bij toepassing van Verordening 261/2004, om de rechter en gedaagde in staat te stellen de vordering te beoordelen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 3 november 2020.
Uitkomst: KLM wordt veroordeeld tot betaling van €1.800,- met wettelijke rente aan Airhelp wegens vluchtvertraging.