Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
bijlagen 1, 7, 8, 9, 12, 13, 15, 19, 26, 28, 41, 42, 43, 44, 49, 50, 51, 52, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60 en 61blijkens genoemde productie 5 en zijn toelichting ter zitting, heeft ingetrokken, zodat deze geen verdere bespreking behoeven.
€ 591,83in de (door partijen voorgestane) verrekening van door hen betaalde gemeenschapsschulden te worden betrokken.
€ 4.187,13in de verrekening dient te worden betrokken.
€ 511,97bedroeg. Uitgaande van een peildatum van 1 november 2014 gaat het hof uit van dat laatste bedrag.
€ 5,-.
€ 671,63voldaan. Hoewel de vrouw terecht erop wijst dat deze schuld is ontstaan na ontbinding van de gemeenschap, zal het hof de man toestaan deze in omvang niet betwiste schuld in de verrekening te betrekken. Het gaat hier immers om kosten voor de verzorging van de minderjarige zoon van partijen, partijen hadden een co-ouderschap en op beide partijen rust de wettelijke verplichting hiervoor in te staan.
€ 4.308,58.
€ 807,77zal het hof bij dat bedrag aansluiten voor zowel de omvang op de peildatum als de betaling daarop door de man.
€ 160,02.
€ 97,38heeft voldaan. Ook hier is het hof van oordeel dat de opslag van de kosten niet specifiek ten laste van de man dient te komen. Voor de grondslag van dit oordeel verwijst het hof naar hetgeen onder “Bijlage 3” is uiteengezet. Een en ander leidt ertoe dat de vrouw ook kan worden aangesproken voor verhogingen op de hoofdsom vanwege vertraging in de betaling, nu zij geen omstandigheden heeft voorgedragen die een uitzondering op die regel rechtvaardigen.
€ 31,53.
€ 106,90op een gemeenschapsschuld voldaan.
€ 131,48.
€ 59,26in de verrekening te worden betrokken.
€ 67,03, (bijlage 30)
€ 73,08, (bijlage 31)
€ 40,00, (bijlage 34)
€ 285,08, (bijlage 35)
€ 300,-, (bijlage 36)
€ 325,70, (bijlage 37)
€ 83,26, (bijlage 38)
€ 95,-en (bijlage 39)
€ 109,85.
€ 1.550,54bij helfte te dragen.
€ 762,76.
€ 600,-en door de vrouw het restantbedrag van
€ 4.548,68.
€ 7.045,38.
€ 59,-erkend als gemeenschapsschuld die door de man is gedragen, zodat deze in de verrekening dient te worden betrokken.
€ 26.944,21. Nu de vrouw een beroep heeft gedaan op verrekening, zal het hof hiervan uitgaan. Het hof wijst erop dat in dit bedrag niet is meegenomen de schuld aan de orthodontist ad € 671,63, die is ontstaan ten behoeve van de behandeling van de minderjarige zoon van partijen, nu de grondslag is gelegen in de onderhoudsplicht van de man en de vrouw als ouders. De vrouw dient daarin echter wel bij helfte bij te dragen.
€ 22.395,53. Aan de zijde van de vrouw kan worden betrokken een bedrag van € 4.548,68 (bijl. 40).
€ 9.259,25. Het hof zal het door de man sub 3 gevorderde in deze zin toewijzen. Voor toewijzing van het gevorderde sub 4 bestaat onvoldoende grondslag, nu de omvang van de restantschuld van de man aan de vrouw tussen partijen in discussie is. De vrouw heeft executiemaatregelen genomen en heeft ter zitting geen afstand van deze executiebevoegdheid genomen. Daarmee kan het hof de vraag, of er na verrekening van de vordering nog een bedrag resteert ten gunste van de man, thans niet beantwoorden. Onder die omstandigheden zal het hof de vrouw veroordelen tot betaling aan de man van enig resterend bedrag na verrekening van haar restantvordering op de man uit hoofde van de overeenkomst tussen partijen van 10 december 2014.
€ 7.000,00. Het hof zal de vrouw veroordelen dat bedrag aan de man te betalen.